Biografie Toon Kelder (1894-1973)

Opleiding
Toon Kelder, geboren op 24 november 1894 te Rotterdam, werd als schilder opgeleid aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten door de genre- en historieschilder A.H.R. ‘Alexander’ van Maasdijk (1856-1931) en de landschapsschilder J.H.F.C. ‘Frederik’ Nachtweh (1857-1940). Daarnaast bezocht hij een tijdlang de Haagse Academie. Na voltooiing van deze vooral in technisch opzicht gedegen opleiding verbleef hij in de jaren voor en na de Eerste Wereldoorlog  enige tijd in het buitenland, onder andere in België, Spanje, Noord-Afrika en Frankrijk, dat hij als zijn tweede vaderland ging beschouwen. Tijdens deze reizen voorzag hij in zijn levensonderhoud door de meest uiteenlopende werkzaamheden.

Vroeg werk 

Pas omstreeks 1924 koos Kelder serieus voor een bestaan als kunstenaar en vestigde hij zich als schilder in Den Haag. Vroeg werk van zijn hand is min of meer in de trant van de Bergense School, een forse realistische stijl van schilderen in donkere tonen. Favoriete onderwerpen zijn interieurs, portretten, stillevens, zeegezichten en landschappen, alles opgezet in stevige penseelstreken en opgebouwd met grote vlakken. Opvallend in dit zware werk is de subtiele aanwezigheid van licht en een solide gevoel voor compositie.

Fantasievolle ontwikkeling

Naakten

Naakten

Omstreeks het einde van de jaren ’20 maakt het realisme in zijn werk langzaam plaats voor een thematiek waarin meer ruimte is voor fantasie. Zijn aanvankelijk robuust realisme nam toen ook ijler vormen aan. Zijn aanvankelijk zware manier van schilderen wordt lichter, zowel van toon als van toets, en zijn onderwerpen worden romantischer. Kenmerkend zijn taferelen als musicerende engelen bij maanlicht, ruiters en naakten in arcadische landschappen. Vooral de heel dun en in zachte tinten opgezette naakten bezorgen Toon Kelder veel faam. Ondanks dit succes tracht hij zijn onderwerp steeds verder te verfijnen, waarbij de essentie van de figuur met steeds minder middelen wordt weergegeven zonder hierbij echter de herkenbaarheid los te laten. Na verloop van tijd is van het naakt weinig anders over dan wat zachte, vage kleurvlakken en een enkele contourlijn. Maar Toon Kelder was een compromisloze man en zelfs deze bijna vormeloze verbeelding van de mens ging hem nog niet ver genoeg. In de jaren tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef hij zoeken naar een nieuwe werkwijze en zijn zelfportretten uit deze periode geven een beeld van een sombere, getormenteerde man.

Abstractie
Met de bevrijding van zijn vaderland lijkt ook Toon Kelder zich als kunstenaar te hebbenwillen bevrijden. In confrontatie met de abstracte kunst die Sandberg na de oorlog in het Stedelijk Museum te Amsterdam toont vernietigt Kelder veel van zijn vroegere werk en gaat hij zonder terughoudendheid experimenteren met andere vormen en vooral ook andere materialen. Zijn schilderijen ontwikkelen zich tot nagenoeg abstracte tekeningen en gouaches in zwart en wit.

Beeldhouwkunst

Sculptuur Abstracte Compositie

Sculptuur Abstracte Compositie

Omstreeks 1948 ontstaan Kelders eerste sculpturen. Aanvankelijk vertonen zijn platte, zwartgeschilderde beeldjes uit ijzerdraad qua vorm en uiterlijk grote gelijkenis met de gelijktijdig vervaardigde penseeltekeningen. Maar na verloop van tijd wordt de beeldhouwkunst van Toon Kelder een zelfstandige kunstuiting die al zijn tijd en aandacht vraagt. Zijn beelden blijven gestileerd in hun vormgeving, maar krijgen uiteindelijk een werkelijk driedimensionale vorm die de ruimte volledig benut. In de catalogus bij de tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam in 1960 schreef W. Jos de Gruyter over dit werk ‘In hoge mate kundig is in zijn plastieken het gevarieerd samenspel van ruimtelijke vlakken, recht en gebogen, harmoniërend en contrasterend, het licht vangend en kaatsend in een wisselende asymmetrie, maar ondanks dit asymmetrische tot een weldadige rust gebracht. De sterke rust van het tijdeloze en ik zou willen zeggen, het sacrale.’

Zo ontwikkelde Toon Kelder zich van een figuratief-expressionistisch schilder tot een geometrisch-abstract beeldhouwer. Een ontwikkeling die op het eerste gezicht moeilijk voorstelbaar is, maar indien nauwgezet bekeken volledig te volgen en goed te begrijpen valt.